Speech kunstobject

Foto presentatie 'de verboden geur'

Toespraak bij het presenteren van het kunstobject ‘Maarten en Moustafa – de verboden geur’

Op 29 november 2013, 18.00 uur, in de GO Gallery in Amsterdam

Toen ik vier jaar geleden mijn eerste erotische verhaal ging schrijven, merkte ik dat ik het enorm opwindend vind om te schrijven over… Arabische mannen.

Waardoor komt dat? Als ik serieuze erotische kunst ging maken, dan moest ik dat soort vragen beantwoorden. Dat komt deels door hun lichamelijke verschijning: die panterachtige gang, die fonkelende ogen; het komt ook door het dominante karakter van hun optreden (en eh… ook van hun intreden) en het komt door – ik kan er niet omheen, ik wil er niet omheen, en voor jullie hóef ik er ook niet omheen: de beroemde Arabische ‘grootvlezigheid’, die reeds in het Oude Testament wordt genoemd door Ezechiël. (Mijn oma zei altijd: de bijbel is Gods woord, van kaft tot kaft. Iedereen die wel eens ’s nachts in het Oosterpark is geweest, die weet dat mijn oma gelijk had.)

En tot slot: ik weet heel zeker dat er geen ander volk is waar men homoseksualiteit als openlijke keuze zo sterk afwijst, en waar men tegelijkertijd zo massaal en zo geestdriftig de gelijkgeslachtelijke liefde bedrijft.

Ik ben me ervan bewust dat mijn erotische fascinatie met Arabieren niet origineel is. Sowieso zijn mijn erotische fascinaties niet origineel. Dat is juist – en dat ontdek ik door het contact met honderden lezers – de kracht van mijn werk: dat het feitelijk volkomen alledaagse fantasieën zijn, die talloze mensen precies zo ervaren, maar waarover verder niemand praat. Het bijzondere van mijn erotische kunst zit hem in de manier waarop ik over die fantasieën schrijf en in het afwerpen van de cocon van gêne, waardoor ik kan opfladderen als een grote, geile vlinder…

Een andere fascinatie waarmee ik behept ben, is: zaad. De inzet van de mannelijke paring; het stofgeworden mannelijke hoogtepunt.

Het ontvangen van dat zaad in elke denkbare holte, het erin zwelgen, is een fantasie waarmee ik zelf heel lang grote problemen heb gehad. Toen ik vijftien was en op het punt stond om eindelijk mijn lichaam te geven aan grote, stoere jongens, om erover te beschikken, verschenen er berichten in de krant over een besmettelijke homoziekte. Daardoor heb ik jarenlang deze fantasie niet toegelaten. Uit angst, denk ik, dat ik mezelf erdoor zou laten meeslepen. Pas toen ik zelf hiv-positief bleek te zijn en er niks meer aan te doen was, heb ik mezelf kunnen overgeven aan zaadfantasieën. Maar sindsdien doe ik het ook goed. Ik lees een klein stukje voor, uit ‘Maarten en Moustafa’: de scène waarin Maarten zich in het buurthuis op de wc heeft zitten aftrekken en stiekem heeft gehoord hoe in het hokje naast hem een van de grote, Arabische jongens precies hetzelfde deed, maar zonder te weten dat hij, Maarten, alles kon horen.

“Ik trok mijn broek omhoog, over mijn stijve piemel, schoot mijn eigen hokje uit, glipte de wc in waarin de jongen zich had afgetrokken en deed de deur achter me op slot. Ik keek meteen in de pot, want de jongen naast me had immers niet doorgetrokken. Inderdaad. Twee, nee, drie witte floddertjes dreven in het water. Dat was ook niet veel. Het was aanzienlijk minder dan ik zelf altijd had. Ik had gedacht dat zo’n grote jongen… Nee, nou zag ik het! Oooh… Er zat een enorme kwak sperma tegen de porseleinen stortbak aan gekleefd. God, wat was het veel! Niet twee keer, of drie keer, maar wel zeven of acht keer zo veel als ik zelf altijd had. En wat was het dik… Allemachtig, dat iemand dat gewoon op zo’n stortbak durfde achter te laten… Ik zou als de dood zijn dat ik zou worden betrapt, maar hij niet hoor, die jongen naast me, wie het ook geweest was.

            Ik zakte door mijn knieën en rook eraan en ik meende de geur te herkennen van de onderbroeken van Ali. Maar helemaal zeker van mijn zaak was ik niet; het zaad rook iets anders dan de combinatie van voorvocht, zweet en pis die ik van hem kende. Aan de andere kant: die Ali was een rouwdouwer; die zag ik er wel toe in staat om zijn dikke zaadkwak hier botweg te laten zitten. Ik boog mezelf voorover naar het witte goedje en instinctief stak ik mijn tong uit. Voor ik wist wat ik deed, likte ik met mijn tong de hele klodder over het koude porselein van de stortbak omhoog en slurpte hem gulzig naar binnen. Hij was nog redelijk warm en ik had mijn hele mond vol. Het smaakte zoeter dan dat van mij. Het was dik, ja, stroperig zelfs… Ik werd er zo opgewonden van dat ik daar op de grond van die wc knielde met een mond vol vers, romig zaad van een van die stoere Arabische jongens – misschien van Ali, maar misschien ook niet – dat ik op dat moment zelf in mijn broek klaarkwam. Ik bleef nog een hele tijd daar zitten. Daarna beet ik de slijmerige klodder in mijn mond doormidden en slikte de helft door. Ik voelde het spul in mijn slokdarm omlaag glijden. Hmmm… De andere helft hield ik in mijn mond.

            Ik ging terug naar de soosruimte. Mo, Mokhtar, Ali en Abdoel zaten nog steeds achter de pc en Moustafa, Hakim en Walid hingen op de banken. Ze keken even op toen ik binnenkwam. Ik keek aandachtig naar Ali’s gezicht, maar ik zag niks bijzonders. Ik ging aan een van de tafeltjes zitten en het gonsde in mijn hoofd: een van die grote, geile Arabische jongens heeft zich net op de plee afgerukt. Dat weet ie. Maar wat hij niet weet, is dat ik zijn zaad in mijn mond heb! Ik weet wel dat ik zijn zaad in mijn mond heb, maar ik weet niet wie het is… God, wat werd ik daar geil van…”

Toen ik afgelopen zomer dikwijls voorlas en daarbij geuren verspreidde om zoveel mogelijk zintuigen van de toehoorders te prikkelen, onder andere met een redelijk geslaagde spermageur, kwam bij mij de gedachte op om uiting te geven aan mijn bewondering voor Arabische mannen én aan mijn fascinatie voor zaad, door een eau de toilette te maken met de geur van echt Arabierenzaad.

Ikzelf vond het verrukkelijk concreet, na al die tekst. Maar… was het niet racistisch? Wij Nederlanders zijn soms racistisch zonder het te beseffen. Naar ons eigen idee zijn we bezig met onschuldige kinderfeestjes of met grapjes, maar als zwarten en Chinezen dan zeggen hoe ze zich daarbij voelen, schrikken we ons een hoedje. Hoe zat ik met mijn Arabierenzaad? Ik wil de vrijheid van meningsuiting tot op de laatste millimeter benutten, maar ik zou het lullig vinden om de mannen die ik zo bewonder en die mij jarenlang zo hebben verwend, tegen de schenen te schoppen.

Dus toen heb ik interviews gehouden met tien Arabische mannen. Mannen met belangstelling voor homo-erotiek. Ze brulden van het lachen. Alle tien. En ze vonden het heel complimenteus. En ze vonden het geil. Een van de tien zei: ik vind het wel opwindend, maar ik vind het niet discreet. Okay, that’s fair enough.

Toen dacht ik: dan kan ik het doen. Want als er irritatie van komt, dan is dat dus een heteroseksuele irritatie, en geen Arabische irritatie. En alles wat ik maak, irriteert heel veel heteroseksuele mannen, simpelweg omdat veel heteroseksuele mannen homo-erotische kunst irritant vinden. Daar hoef ik me niet voor in te houden.

Na zo’n interview zei ik dan: ‘Nou heb ik nog een hele rare vraag aan je…’  En dan zette ik een klein plastic bakje op tafel. En zweeg. En bloosde diep. Drie Arabische mannen hebben het bakje opgepakt en meegenomen. Één heeft het teruggegeven. In een smal, donker steegje. Het was nog warm. Het rook zoet. Dat bakje met zaad heb ik naar de parfumexpert gebracht en gezegd: kopieer deze geur. Vul ‘m aan met kardemom, gember, munt, anijs, zwarte peper, leer en limoen en maak voor mij een erotisch elixer…

Dat is gebeurd. Hij heeft een geur voor me gemaakt, een heerlijke geur; een harmonie van zwoele zinnelijkheid en fristintelende testosteron. zestig liter. Toen ik toestemming kreeg van de autoriteiten om zelf thuis mijn flesjes te vullen, kreeg ik een héél wild idee.

Kon ik niet een eau de toilette maken met echt Arabierenzaad erin?

Daar ging ik over praten. Sommige mensen vonden zo’n imitatiegeur heel geil en opwindend, maar ze vonden het idee dat er écht zaad in zat heel vies. Ik vind wel vaker dingen lekker die andere mensen héél vies vinden, dus dat verontrustte mij niet zo. Maar toen. Ik deed onderzoek in de EU-voorschriften, en de EU heeft een lijst met 1328 stoffen die verboden zijn in cosmetica, waaronder: cellen en weefsels van menselijke oorsprong. Dus het is verboden. In de eau de toilette zit alleen ‘de geur van echt Arabierenzaad’.

Maar ik moet eerlijk zeggen dat ik het zelf toch jammer vond. Ik wou het zou graag. En als ik iets wil, hè… Ik ging eten met een lieve vriendin, Anneke Bierenbroodspot. Anneke is advocaat. Een hele goeie. Ik klaagde mijn nood, en Anneke zei meteen: Eric, je vergist je. Dat reukwater, dat is helemaal geen cosmetica. Nee. Dat is een kunstobject. En waar staat dat in een kunstobject geen menselijke cellen mogen zitten?

 

Dus ik ben teruggegaan naar mijn woestijnprins, van dat bakje in dat steegje. En ik heb hem uitgelegd welk eerbetoon ik wilde brengen aan de viriliteit van de Arabische man. Hij zei: ‘Jij durft alles.’

Ik zeg: ‘Ja, ik durf alles.’

‘Ik ook,’ zei hij.

‘Hey, zei ik, ‘cool, mattie!’

M. te A. heeft een weer een plastic bakje meegenomen – een iets groter bakje nu – en mij vervolgens zeven lange weken in wurgende onzekerheid laten zitten, terwijl ik overal deze presentatie aankondigde en voor de verpakking van mijn creatie blokken hardsteen liet zagen en in leerhandels rondstruinde en foto’s liet maken en uitnodigingen verstuurde.

Afgelopen dinsdag hadden we dan eindelijk een afspraak. Drie uur. En hij kwam… niet. Niet om drie uur, niet om vier uur, niet om negen uur. Toen heb ik hele lelijke dingen gezegd, die ik niet zal herhalen.

Afgelopen juli, toen ik jongens zocht die in hun onderbroek in mijn etalage wilden zitten, ben ik er niet voor teruggeschrokken om in Club Church lukraak op mooie jongens af te stappen, en te zeggen: ik heb een hele rare vraag aan jou. En misschien had ik het gedaan; misschien was ik op donderdagochtend op het Mercatorplein gaan staan, om Arabisch uitziende mannen aan te spreken: ‘Meneer, ik heb een héle rare vraag aan u…’, maar ik was toch erg blij dat het niet hoefde.

Want afgelopen woensdagavond – ja, erotische schrijvers weten hoe ze de spanning moeten opvoeren, maar die woestijnprinsen kunnen er ook wat van – afgelopen woensdagavond ontmoette ik wederom de 23-jarige M. te A., in een steegje dat nóg smaller en nóg donkerder was dan de vorige keer, en kreeg ik weer een bakje. Een bakje met Arabierenzaad. Keurig geconserveerd volgens mijn instructies. Ik vroeg: hoeveel kwakjes zijn het? Acht, zei hij. Zou het echt waar zijn? Ik heb het thuis gewogen en berekend, en ik kwam uit op 56 milliliter; als dat van acht keer is, dan kom je 7 milliliter per lozing en het gemiddelde ligt tussen de 6 en de 8. Dus het klopte precies..

Vandaag presenteer ik jullie acht flesjes met elk… 30 milliliter kunstobject: de verboden geur ‘Maarten en Moustafa’; de eau de toilette uit de fabriek, maar dan… opgestuwd door de overrompelende kracht van één volledige lozing van het romige, rijke zaad van de 23-jarige Arabier M. te A.

Kijk, hier is het. Zeven flesjes heb ik op deze manier verpakt, en die zijn te koop voor de echte liefhebber, en van het achtste flesje gaan wij vanavond samen genieten…

Ik zal nu het kunstobject onthullen, terwijl wij luisteren naar mijn erotische ringtone  ‘Maarten en Moustafa’, die iedereen gratis kan downloaden vanaf mijn website. Hij staat ook op youtube, en daar begint ie al lekker te lopen. Voor wie het zich afvraagt: ‘ntahnuk’ is Marokkaans Arabisch voor: ‘Ik ga je uitwonen’.

Hier zie je de inscriptie; hier de nummering; hier zit de gesigneerde sticker met een toelichting en met de ingrediëntenlijst. En de disclaimer: “het is verboden dit kunstobject als cosmetica te verhandelen; het is niet bedoeld of geschikt om als zodanig gebruiken.”

Dit is de verzegeling. Zodat de wederverkopers niet stiekem een vriendje of een journalist kunnen laten snuffelen, iemand die wel nieuwsgierig is, maar te bescheten om vandaag hier naartoe te komen.

De wederverkopers zijn: GO Gallery, de Gays and Gadgets, misschien ook boekhandel Vrolijk en ik heb ook een briefje geschreven aan de Bijenkorf, maar daar heb ik nog geen reactie op ontvangen.

Kijk, zo ziet het eruit (overgieten in transparante glazen karaf).

Omdat jullie niet te bescheten zijn geweest om hier te komen, laat ik jullie meegenieten van mijn ultieme erotische elixer: Maarten en Moustafa, de verboden geur: Erics eigen reukwater, met echt Arabierenzaad.

(ruikceremonie)