De workshop (vervolg)

Vervolg ‘De workshop’

     Toen hij zijn beduusdheid eindelijk had overwonnen, pakte hij de hand van de man stevig vast en duwde hem vinnig weg. ‘In ieder geval goed genoeg om dit niet te hoeven pikken!’ beet hij hem toe. Daarna draaide hij zich om en beende naar de andere kant van de kamer.

     Een paar mensen die het hadden gezien keken hoofdschuddend naar de oude acteur en mompelden ontstemd met elkaar. Maar niemand zei iets tegen Martijn, die zich compleet voor lul voelde staan, nu met een vuurrode blos. Verdomme, hoe haalde die vent het in zijn hersens! Hij merkte dat hij nog steeds stond te trillen.

     Hij had natuurlijk al vaak meegemaakt dat mannen lieten merken dat ze hem aantrekkelijk vonden. Meteen al bij ‘Gifakker’. In de film- en tv-wereld barstte het nu eenmaal van de homo’s, dus dat was onvermijdelijk. Martijn vond het ook niet erg. Een bekende acteur had eens tegen hem gezegd: ‘Als vrouwen naar je kijken, ben je mooi, en als mannen naar je kijken, ben je geil,’ en Martijn was er blij mee dat hij kennelijk zowel ‘mooi’ als ‘geil’ was. Zelf viel hij niet op mannen, daar was hij volstrekt zeker van. Maar het streelde zijn ijdelheid als mannen hem begeerlijk vonden. Tot op zekere hoogte, natuurlijk. Marions broer, Leo, was ook homo en die maakte vaak seksueel getinte grapjes: dat Marion het zo goed had getroffen en dat ie best een nachtje voor haar wilde invallen als ze eens hoofdpijn had, dat soort dingen. Daar zat Martijn niet mee, daar kon hij wel om lachen. Maar ze moesten niet aan hem gaan zitten. Dat was wel eens gebeurd. Hij was een keer met Leo meegegaan naar de Reguliersdwarsstraat, waar hij veel bekijks had gehad. Eerlijk gezegd had hij genoten van al die bewonderende en zelfs hebberige blikken, maar hij was opgestapt toen er voor de tweede keer een hand op zijn kont werd gelegd; dat ging hem te ver.

Terwijl hij met zijn glas in de hand rondkeek, begon Martijn zich af te vragen of hij er wel verstandig aan had gedaan om de oude acteur zo bruusk af te wijzen. Hij had zich, al lang geleden, vast voorgenomen om nooit met iemand naar bed te gaan voor een rolletje, hoewel hij wist dat dergelijke dingen wel degelijk gebeurden op ‘de Gooise matras’. In ieder geval was hij niet bereid om zich ‘zomaar’ door ouwe nichten in het openbaar te laten bepotelen, hoe beroemd ze ook mochten zijn. Had hij het dan gewoon moeten toelaten? Hij kon zich niet voorstellen dat zoiets zou bijdragen aan zijn imago van serieus acteur.

Toen Martijn later het voorval noemde tegen Annelies, verontschuldigde ze zich: ‘Hè, wat vervelend! Hij doet het wel vaker. Zeker als hij een paar borrels op heeft. Het is erg onhebbelijk. Als ik het had gezien, dan had ik er zeker wat van gezegd. Dat soort dingen moet ie maar op zijn eigen feestjes doen; niet op die van mij.’

     Daarna voegde Annelies’ jongere zus zich bij het gesprek, een aardige jonge vrouw, die lerares Engels was in Deventer. Toen Martijn zich van haar had losgemaakt, moest hij echter vaststellen dat de mensen die hij als collega’s had herkend, inmiddels allemaal waren vertrokken.

In de dagen daarna greep hij steeds gespannen zijn mobieltje als er werd gebeld. Maar het was steeds iemand anders. Na een week of twee gebeurde het voor het eerst dat hij opnam zonder aan Johanna van Buren te denken, weer twee maanden later begon zijn hoop dat ze nog zou bellen te tanen en na een jaar was hij zijn brief aan haar compleet vergeten.

– 3 –

 ‘Zullen we het doen?’ vroeg Marion. Haar hand lag op haar buik.

     ‘Ja, laten we het gewoon doen,’ zei Martijn. ‘We hebben toch altijd gezegd dat we het graag willen? Waarom zouden we nog langer wachten?’

     ‘Vind ik ook. Ik heb nu leuk werk, met een goed salaris, in een ziekenhuis waar ze me graag willen houden. En eh…’ Marion sloeg haar ogen neer, ‘…waar ik ook minder kan gaan werken, eventueel. Mocht dat nog… nodig zijn.’

     Martijn knikte. Hij wist niet zo goed wat hij daarop moest zeggen. Ze waren er allebei aan gewend geraakt dat hij de hele dag thuis was. Hij deed de boodschappen en de was, kookte eten en maakte het huis schoon. Het was volkomen vanzelfsprekend dat hij voor hun kind zou gaan zorgen als Marion na de bevalling weer aan het werk zou gaan. Maar jaren geleden hadden ze inderdaad afgesproken dat Marion parttime zou gaan werken als ze een kindje zouden krijgen, omdat ze er toen nog van uit waren gegaan dat Martijns acteercarrière elk moment van de grond kon komen. Inmiddels wisten ze allebei dat de kans dat dat nog zou gebeuren niet zo groot was en dus was het logisch dat Marion fulltime zou blijven werken. Toch was het iedere keer een beetje pijnlijk als het zo ter sprake kwam.

‘Nou,’ zei Marion, ‘dan stop ik nu maar met de pil. Spannend, hoor.’

     Martijn kwam voor haar staan en streelde haar borsten. ‘Mmm… mama… Zullen we nu meteen?’

     Ze giechelde. ‘Nee, gekkie. Ik moet weg. Vanavond.’

     ‘Ik kan niet wachten.’

     ‘Je zal wel moeten.’ Nu lachten ze allebei. Ze vreeën vaak en graag met elkaar en het feit dat Marion zou stoppen met de pil gaf nu al een extra lading aan de seksuele spanning tussen hen.

     Ze kuste hem. ‘Dag lieverd, ik ga. Tot vanavond.’

     ‘Dag.’ Hij keek haar na uit het raam. Daarna ruimde hij de ontbijttafel af en vulde de wasmachine.

Toen Martijn klaar was met zijn huishoudelijke klusjes, ging hij achter de pc zitten. Hij las het nieuws en grasduinde wat op websites over zwangerschap.

     Ineens vroeg hij zich af op welke leeftijd de acteurs die hij bewonderde eigenlijk waren doorgebroken. Hij begon natuurlijk bij Thom Hoffman. Die was op zijn zesentwintigste beroemd geworden met ‘De vierde man’. Een geweldige film, die Martijn wel drie keer had gezien. Zesentwintig. Dat was hij nu ook. Maar Martijn wist uit ervaring dat er bij een speelfilm nogal wat tijd zat tussen het moment dat de telefoon ging, met de boodschap ‘jij bent het geworden’, en de premièredatum. Je moest er zeker twee jaar van aftrekken. Dus Thom Hoffman, die was op zijn vierentwintigste gebeld. Martijn keek verder. Rutger Hauer moest op zijn drieëntwintigste zijn gebeld voor ‘Floris’, de serie die van hem een ster had gemaakt. Toen wat buitenlandse acteurs: Marlon Brando was op zijn vijfentwintigste gebeld, James Dean op zijn tweeëntwintigste en Brad Pitt op zijn drieëntwintigste.

     Martijn begreep dat hij bezig was de boot te missen. Nog vier jaar, dan zou hij dertig zijn. En hij zag er nog altijd fantastisch uit, zonder meer. Hij was een buitengewoon mooie jonge man die overal ieders ogen op zich gericht wist, maar als hij moe was, dan waren de vrolijke lachplooien naast zijn mondhoeken ook nog zichtbaar, heel lichtjes, als hij niet lachte. Helemaal geen probleem als je eenmaal goed aan de gang was. Sterker nog, er waren talloze oudere acteurs die met hun doorleefde koppen de ene prachtige karakterrol na de andere afleverden. Maar als je ze bekeek in hun eerste grote film, dan zag je dat ze op dat moment bloedmooi waren geweest. Stuk voor stuk. Martijn was het ook. Bloedmooi. Nog steeds. Maar hij wist dat dat niet heel lang meer zou duren.

Terwijl hij nog naar het scherm zat te kijken ging zijn mobieltje.

     ‘Met Martijn Verhagen.’

     ‘Dag Martijn,’ zei een bekende, diepe vrouwenstem, ‘met Johanna van Buren.’

     Martijn vloog overeind. ‘J-Johanna!’ riep hij. Tot zijn ergernis struikelde hij over zijn woorden in zijn haast om haar te vertellen hoe blij hij was dat ze hem belde.

     ‘Dat is fijn om te horen, Martijn, want ik wil je uitnodigen voor een workshop. Ik kom maar meteen ter zake, als je het niet erg vindt, want ik moet nog een massa telefoontjes plegen.’

     ‘Een workshop? Echt waar?’

     ‘Ja, je hebt me toch geschreven? Zeg, zou jij kunnen op 5 maart en op 2 april? Ik doe er altijd vier weken tussen, zodat de mensen de tekst kunnen leren en zich kunnen voorbereiden.’

     Martijn keek in zijn agenda. Dat was over zes en tien weken. ‘Ja, dan kan ik.’ Hij had die beide dagen inderdaad niks, want hij had niet veel afspraken, maar hier had hij ook alles voor afgezegd.

     Johanna gaf hem een adres op in Breukelen. ‘Ik doe die workshops altijd in het huis van een vriend van me die veel op reis is. Daar hebben we rust en ruimte. Beide dagen van tien tot vijf.’

     ‘Ik zal er zijn. Moet ik van tevoren nog iets doen?’

     ‘Zorg dat je uitgerust bent. Dat is alles.’

     ‘Zeg, Johanna, weet je al… welke scène we gaan doen?’

     ‘Ja, maar dat zeg ik nog niet. Ik verklap alleen dat het… een liefdesscène is.’

     ‘Een… liefdesscène?’ Martijn kon zijn geluk niet op. Dat waren de belangrijkste! Van de meeste filmklassiekers waren de liefdesscènes het beroemdst.

     ‘Ja, dat leek me wel wat voor jou. Zeg, ik zie jou dus de vijfde maart, hè? Tot dan, Martijn!’

Het was gelukt. Eindelijk was er weer iets gelukt. Wat bijzonder dat Johanna hem nu nog belde, zo lang nadat hij zijn brief had geschreven! Hij had er totaal niet meer op gerekend. Maar ze had gebeld, nou en of. Zijn geduld was beloond…

     Hij staarde glazig naar de foto van Brad Pitt die nog op zijn scherm stond. ‘Hey, collega,’ fluisterde hij. Hij giechelde. O, wat had hij hier lang op moeten wachten… Maar nu… eindelijk weer een echte kans!

     Hij belde meteen Marion, maar die had haar telefoon niet aan staan. Hij legde een fles champagne in de koelkast.

Toen Marion ’s avonds thuiskwam, was ze net zo opgetogen als hij. Ze proostten glunderend op de toekomst. Alleen toen Martijn vertelde dat het een liefdesscène zou zijn, betrok haar gezicht een beetje.

     ‘Vind je dat erg?’ vroeg hij verbaasd.

     ‘Nou, nee, niet ‘erg’… Ik weet best dat het je werk is… Maar ik vind het gewoon niet zo’n leuk idee dat je daar met een andere vrouw gaat zitten… zoenen.’

     ‘Nou, Marion toch! Jij wast toch ook de billen van je patiënten?’

     Ze keek hem verrast aan. ‘Ja… ja, maar dat is toch iets anders dan zoenen, vind ik.’

     ‘Het zijn allebei… beroepsmatige handelingen.’

     ‘Ach, laat ook maar, het is ook niet belangrijk. Het is gewoon een gevoel.’

     ‘Als alles goed gaat, dan zal het nog wel vaker gebeuren, Marion.’

     ‘Dat is waar. Maar dan zie ik het, terwijl ik naast je zit in de bioscoop, of we kijken samen naar de tv.’ Marion streelde zijn hals. ‘En dan hou je me in je armen, terwijl we kijken, en… dan hebben we ons kindje op schoot…’

     ‘Over kindjes gesproken… Zullen we die bubbels maar meenemen naar de slaapkamer?’

Op 5 maart zaten Martijn en Marion ’s ochtends al vroeg aan het ontbijt. Marion was stiller dan anders.

     ‘Zit je nou nog steeds in over die liefdesscène?’ vroeg Martijn.

     Ze schudde haar hoofd en glimlachte. ‘Ik had al lang ongesteld moeten zijn.’

     ‘Echt? O, Marion!’ Hij stond op en kuste haar. ‘Heb je zo’n test in huis?’

     ‘Ga ik zo halen.’

     ‘Our lucky day…’ fluisterde Martijn. Marion knikte verguld.

Om half negen stapte Martijn in de trein. Hij was gespannen. Na Johanna’s telefoontje had hij op internet gespeurd naar interviews met acteurs over hun vak en geprobeerd om daar iets van op te steken. Toen was hij zomaar eens gaan googelen op “workshop Johanna van Buren”. In verscheidene cv’s had hij vervolgens zo’n vermelding aangetroffen. Van volslagen onbekenden, maar ook van beroemdheden. En terwijl hij had zitten kijken naar het cv van een bekende acteur, was het hem ineens opgevallen dat die man in de periode vóór de workshop bij Johanna alleen maar onbelangrijke dingen had gedaan, maar dat na de workshop de ene grote rol na de andere verscheen. Sodeju… Zou hem dat… zou hem dat in die workshop zitten? Dat zou toch kunnen? Annelies had toch ook zoiets gezegd…? Hij had koortsachtig de andere cv’s die hij had gevonden teruggehaald op het scherm en ze een voor een grondig bekeken. Het waren er veertien geweest. Bij acht was er weinig in het cv veranderd, na de workshop: de acteurs waren voor die tijd al beroemd geweest, of ze waren het nadien niet geworden. Bij zes cv’s echter had hij een duidelijke omslag gezien. Een heel duidelijke. Hij had gehuiverd van opwinding. Zo’n kans kreeg hij, Martijn Verhagen… En hij had zich vast voorgenomen om alles te geven wat hij in huis had.

Hij was natuurlijk veel te vroeg, dus toen hij in Breukelen uit de bus was gestapt, wandelde hij nog wat langs de Vecht. Het was mistig en er dreven grauwe flarden boven de rivier.

     Hij mijmerde over de scène die ze zouden gaan doen. Je had verschillende soorten liefdesscènes. Scènes waarin alleen werd gepraat, met liefdesverklaringen, vaak voorafgegaan door een heftige ruzie, en scènes waarin ook werd gezoend, of zelfs min of meer gevreeën. Hij was die ochtend voor de spiegel gaan staan en had zijn lichaam bekeken. Zou hij iets uit moeten trekken? Voor de zekerheid had hij een mooie onderbroek uitgekozen. Je wist maar nooit.

     Hij had allerlei liefdesscènes nog eens aandachtig bekeken, van ‘Spetters’ en ‘Brandende liefde’ tot ‘Casablanca’ en ‘Titanic’. Vooral die laatste, dat was een van zijn favoriete films. Hij had een paar stukken tekst van Leonardo di Caprio uitgeschreven en geoefend voor de spiegel. Dat was best goed gegaan; in het Engels leek het op de een of andere manier makkelijker te zijn. Of zou het toneel worden? Hij was niet erg thuis in toneel. Maar het zou natuurlijk kunnen. Johanna was een ouderwetse actrice. ‘Romeo en Julia’ of zo? Hij hoopte maar van niet; zo’n akelig oud stuk… Hij had wel eens iets van Shakspeare gezien, omdat hem dat leerzaam had geleken, maar hij had er geen fluit van begrepen, door de archaïsche taal en de ellenlange zinnen. Maar ‘A Streetcar Named Desire’, dat zag hij wel zitten! Hij had natuurlijk alleen de film gezien, met Marlon Brando, maar het wás oorspronkelijk een toneelstuk, dat wist hij.

     En met wie zou het zijn? Maakte het hem iets uit? Ja, het zou natuurlijk fantastisch zijn om met een grote actrice te werken, maar als het een meisje van twintig was dat zich voorbereidde op een auditie voor de toneelschool, dan vond hij het ook best. Het ging hem om Johanna. En trouwens, hij had niks te kiezen, zo simpel was dat.

– 4 –

Het was tien voor tien toen Martijn de oprit opliep van de villa waarvan Johanna hem het adres had gegeven. Zo, die vriend van haar zat goed in de slappe was! Het was een groot, kasteelachtig gebouw, uit de zeventiende of achttiende eeuw, in donkerbruine baksteen, met smalle, hoge ramen. Het maakte een strenge, zelfs wat sombere indruk, zeker nu het opsteeg uit de grijze nevels. Maar wat gaf hij om het uiterlijk van dat huis? Daarbinnen, daar zou het gaan gebeuren!

     Voor het huis stonden twee auto’s geparkeerd: een grijze Mercedes en een donkerblauwe Audi. Toen Martijn dichterbij kwam, stapte er juist een man uit de Audi. Martijn schatte hem rond de veertig. Hij was mager en goeddeels kaal; het randje haar dat hij nog had was gemillimeterd. Hij had een bril op, met kleine ronde glazen in een goudkleurig montuur en hij droeg een jasje op een wat slobberige spijkerbroek.

‘Goeiemorgen,’ riep de man vriendelijk. ‘Een bekend gezicht, is het niet?’ Martijn glimlachte dankbaar en de man dacht heel even na. ‘Gifakker’!’ zei hij toen. Martijn knikte. ‘Maar ik heb je ook in commercials gezien. T-Mobile… Campina…’

     ‘Klopt,’ zei Martijn met ingehouden trots. Hij bekeek op zijn beurt het gezicht van de man aandachtig en vroeg zich af of hij hem ergens van kende. Hij meende van niet. Het leek hem ook geen acteur. Misschien was het Johanna’s accountant wel. Hoewel, in een spijkerbroek? Of misschien was het iemand van een castingbureau die haar om advies kwam vragen; dat waren vaak van die ‘vlotte’ kantoortypes. Hij had wel heel expressieve, intelligente ogen… Ineens schrok Martijn. ‘U… u bent toch geen… dokter?’ En hij wierp een bezorgde blik op de villa; Johanna van Buren was tenslotte vijfenzeventig… Hij verdrong haastig het besef dat hij vooral ongerust was over zijn workshop en minder over het welzijn van de oude dame.

     De man snapte zijn vraag en lachte vrolijk. ‘Nee, hoor! Volgens mij hoef je je om haar geen zorgen te maken. Ik had haar gisteren nog aan de telefoon en ze klonk zo fris als een hoentje. Nee, ik kom hier voor een workshop vandaag. En jij?’

     Martijn keek de man verbouwereerd aan. ‘Hè? Ik ook… Maar…’

     ‘Dan gaan wij samen toneelspelen. Wat leuk! Ik ben Eddy Krul, aangenaam!’ En hij stak zijn hand uit.

     Martijn schudde de hand aarzelend en noemde zijn naam. ‘Maar… ik snap het niet… Ik… ik had een vrouw verwacht…’

     ‘Hoezo? Heeft ze dat gezegd?’

     ‘Ja… Of eigenlijk… ze heeft gezegd dat we een… een liefdesscène gingen doen…’

Eddy keek hem verbaasd aan en trok toen een vies gezicht. ‘Hè jakkes.’ Hij schrok er zelf een beetje van en zei snel: ‘Sorry hoor, ik bedoel het niet persoonlijk. Maar tegen mij heeft ze daar niks over gezegd. Ik doe niet graag liefdesscènes. Jij wel?’

     Martijn wist niet goed wat hij moest zeggen. Hij had nog nooit een liefdesscène gespeeld. ‘Ik weet het niet. Ik had… ik had gerekend op een scène met een vrouw…’

     ‘Ja, het is wel even wennen, om zoiets met een man te spelen. De eerste keer is best lastig, dat had ik ook. Tenminste, als je hetero bent, natuurlijk. Daar ga ik zomaar van uit, dat je dat bent, maar dat weet ik helemaal niet.’

     ‘Ja… ja, ik heb een vriendin…’

     ‘Ik ook. Nou ja, ‘een vrouw’ moet ik zeggen, we zijn getrouwd. Mijn eerste liefdesscène met een man was op de toneelschool, met Frank Lammers. Die had het al vaker gedaan en die heeft me erdoorheen gesleept. Hij zei toen tegen me: “Gelukkig ben jij ook hetero, want anders zou ik me de hele tijd afvragen of je het soms écht lekker zit te vinden.”’

     Eddy grinnikte. Martijn lachte een beetje mee. Zo, dacht hij bij zichzelf, die Eddy mocht er dan uitzien als een boekhouder, hij had toch maar mooi de toneelschool gedaan… Maar… nu moest hij dus… een liefdesscène gaan spelen met… een man? Met deze Eddy? En hij wierp een onzekere blik op zijn tegenspeler.

Einde fragment.

Meer lezen?
Je kunt het boek hier kopen.