Dokter Ferdinand (vervolg)

Vervolg ‘Dokter Ferdinand’

 

Ik woonde nog niet zo lang in het dorp en was nog nooit naar het zwembad geweest. Toen het op zaterdagmiddag opnieuw mooi weer was, pakte ik mijn zwemspullen en stak de weg over. Ik kocht een kaartje en liep in de richting van het bad, over het kortgeschoren gazon. In de verte zag ik de badmeester staan. Ik ging recht op hem af.

Mijn buurjongetje was ook bij het zwembad, Basje, een donkerblond ventje van een jaar of vijftien, met bruine ogen en lange wimpers, waar hij graag mee fladderde. Hij besteedde veel aandacht aan zijn kleding en ik had gezien dat hij sinds kort zijn wenkbrauwen epileerde.

     Opeens hoorde ik de badmeester roepen: ‘Hé, vieze homo, zit je lekker te gluren?’ Hij had een harde, schorre stem. Basje kreeg een kop als een boei. ‘Ik zag je vanochtend ook al bij de kleedhokjes rondhangen! Homo, homo,’ treiterde de badmeester. Basje greep zijn tas en zette het op een lopen naar huis, in mijn richting.

     Toen hij dichterbij kwam, zag ik dat hij huilde. ‘Hé Bas, wat lullig, jongen… Kom ’ns hier!’ Maar hij schudde zijn hoofd en rende door.

Wat een klootzak, die badmeester. Om dat joch zo te kakken te zetten waar iedereen bij was.

     Ik had het ook vaak meegemaakt toen ik Basjes leeftijd had: ik was ook homo, ook tenger, ook wat verlegen. Wel pienter, net als Basje, maar daar had je geen reet aan op straat. En ik had het gelazer ook altijd gehad met dit soort jongens: ze waren zonder uitzondering goed in sport en ze konden allemaal goed vechten. Groot en gespierd. De stoerste jongens van de klas. Hondsbrutaal. En dom. Maar wel… ja, wél heel geil, eerlijk is eerlijk. Want zo dom en gemeen als ze waren, waren het ook steevast de jongens waar ik heimelijk over fantaseerde. Ik werd vroeger op school nooit gepest door magere, bleke jongens met flaporen en een brilletje. Nee, ze waren altijd van dit type. Waar ik ’s middags een blokje voor om fietste en waar ik me ’s avonds bij aftrok. Harde vuisten en een grote bek. Ze konden zich alles veroorloven. Toen en nu.

     Iemand zou dat schorem toch eens een lesje moeten leren.

     Maar wie? Wie had daar tijd voor?

     En… hoe zou je zoiets kunnen aanpakken?

En terwijl ik vlak bij de badmeester op het gazon ging liggen, mijn zonnebril opzette en een boek opensloeg, bleef ik alsmaar kijken naar deze prachtige rotjongen.

     In deze door en door fysieke omgeving was hij oppermachtig. Hij was de sterkste aap op de rots, de haan in het kippenhok, en zo gedroeg hij zich ook: als de arrogante macho die weet dat niemand hem iets kan maken.

     En terwijl ik naar hem zat te kijken, begon ik me heel serieus af te vragen of ik… of ik niet iets zou kunnen verzinnen, waardoor ik hem zijn hufterigheid betaald kon zetten… hem terug kon pakken… en daarbij, als het ware, ‘het nuttige met het aangename verenigen’…

     Ik deed alsof ik las, maar ondertussen bekeek ik de badmeester heel aandachtig en nam ik de omgeving nauwkeurig in me op.

 

– 2 –

In de weken daarna ging ik regelmatig naar het zwembad.

     Ik keek goed om me heen en inventariseerde de opties die ik had: hoe kun je een geile heterojongen uit de kleren krijgen? Door hem dronken te voeren, of anderszins te bedwelmen, of bewusteloos te slaan of vast te binden. Of door hem geld te geven dat hij heel hard nodig heeft. Of door hem ergens mee te chanteren. Of door te doen alsof je een dokter bent, terwijl hij iets mankeert.

     Van alle opties bedacht ik welke kansen ze boden en wat de obstakels waren.

Ik bleef vaak de hele middag bij het zwembad. Ik ging een biertje drinken aan de bar, ik bleef een hapje eten in het restaurant en ik luisterde goed naar wat de mensen om mij heen tegen elkaar zeiden.

     Zo kwam ik heel wat aan de weet. De eigenaar van het zwembad, Jan-Willem, een joviale ondernemer, woonde in een groot huis op het terrein, met zijn vrouw Annette en zijn dochter Marjolein, een mooie meid van twintig jaar, die achter de receptie van het zwembad zat; Annette deed de administratie. Boven het restaurant was ook een woning, waarin een echtpaar woonde met een zoon van tweeëntwintig. De man was de tuinman van het complex, de moeder stond in de keuken van het restaurant en hun zoon, Olaf… dat was de badmeester. En die Olaf had al een paar jaar verkering met Marjolein. Daarnaast waren er nog een serveerster en twee schoonmaaksters, die alle drie elders in het dorp woonden.

Jan-Willem was vaak zelf in het restaurant aanwezig. Bij mijn vierde bezoek schoot ik hem aan. Ik vertelde dat ik Ferdinand Vogelaar heette en dat ik sinds kort aan de overkant woonde. Ik vroeg hem hoe het ging met de zaken. Het was een zonnige en ongewoon warme aprilmaand geweest, dus Jan-Willem was dik tevreden.

     Al snel vroeg hij me wat ik deed. Daar was ik niet op voorbereid. Natuurlijk wil zo’n netwerkende ondernemer meteen weten wat je doet en waar hij je voor kan gebruiken, stom van me. Ik realiseerde me in een fractie van een seconde dat ik nu ófwel moest zeggen dat ik dokter was, ófwel de hele dokteroptie definitief moest laten vallen. Ik kon immers moeilijk nu vertellen dat ik een ict-klus deed in de apotheek van het Academisch Ziekenhuis in de buurt, en later zeggen: nee hoor, ik ben eigenlijk dokter. ‘Ik ben internist in het Academisch Ziekenhuis,’ zei ik.

     ‘Kijk eens aan,’ lachte hij. ‘Een dokter in de buurt, dat kan nooit kwaad!’ Hij begon over enkele griepgevallen in de omgeving; hij was bang dat het personeel ziek zou worden, juist in zo’n toptijd. Ik hing een verhaal op over vitaminepillen die de weerstand zouden verhogen en hij ging daar heel serieus op in. Maar hij meende dat het erg duur zou zijn om het personeel iedere dag vitaminepreparaten te geven.

     ‘Ik zal eens kijken of dat inderdaad zo duur is, ik kan dat makkelijk voor je uitzoeken,’ beloofde ik hem. ‘Ik kom aanstaande zaterdag wel even langs om het je te laten weten.’

Ik ging naar huis, trok een fles wijn open en zette mijn laptop aan. Ik moest alles weten over vitaminepreparaten.

Er zijn vitaminepillen in allerlei soorten. De samenstelling van de inhoud wisselt naar gelang de speciale behoeften van mensen aan bepaalde vitamines of andere voedingssupplementen. Soms zijn het tabletten, soms capsules, soms kauwtabletten of bruistabletten. Als je er erg in gelooft, helpen ze ook.

Ik vroeg me af of ik ze ook zelf zou kunnen maken. Zodat ik erin kon stoppen wat ik wou. En jawel. Op een website voor diervoeding werden lege capsules aangeboden die je zelf kon vullen met poeder, om je huisdieren makkelijker medicijnen te kunnen toedienen. Die dingen kostten bijna niets en zagen er net zo uit als sommige vitaminepillen.

Stel je nou eens voor, dat ik vitaminepillen kon aanleveren voor Olaf, en dat ik in die pillen zou kunnen stoppen wat ik wilde… dan zou Olaf toch zomaar iets kunnen krijgen waarmee hij naar een dokter zou moeten, en ‘een dokter in de buurt, dat kon nooit kwaad’ had Jan-Willem gezegd. Dus zou Olaf misschien wel bij dokter Ferdinand komen. En dan zou dokter Ferdinand aan Olaf vragen om zijn broek te laten zakken, en dat zou die dan zeker doen. Maar zou dat een adequate vergelding zijn van zijn gesar van Basje? De vraag stellen was haar beantwoorden. En bovendien: dan ging die broek wel omlaag, en dan zou ik gedurende enkele seconden die geweldige heterojongenslul en die gespierde heterokont kunnen bekijken, maar daarna ging dat broekje gewoon weer omhoog en dan wandelde die geile Olaf zomaar de spreekkamer uit. Nee, die vitaminepillen waren een uitstekend idee en ze boden fantastische mogelijkheden, maar het was niet genoeg.

– 3 –

De zaterdag erop ging ik weer naar het restaurant van het zwembad. Ik vertelde Jan-Willem dat een collega-arts in het Academisch Ziekenhuis juist een onderzoek deed naar vitaminepreparaten en dat hij nog een paar deelnemers kon gebruiken. Je moest dan elke maand een korte vragenlijst invullen, maar dan kreeg je gratis vitaminepillen die waren afgestemd op jouw persoonlijke situatie.

     Jan-Willem was meteen enthousiast en vroeg of ik die avond wilde komen eten. Er was een dinertje met de medewerkers; daar zou ik het kunnen uitleggen.

     ‘Dan kan iedereen horen wat de dokter ervan vindt. Ben je getrouwd, trouwens, of heb je een vriendin? Neem haar dan mee.’ Ik zei dat mijn vriendin vier jaar daarvoor was omgekomen bij een auto-ongeluk. ‘Och beste kerel, het spijt me dat te horen,’ zei hij geschrokken, maar ik zei dat ik het inmiddels goed had verwerkt en dat ik al weer regelmatig uitging met charmante dames. Jan-Willem was opgelucht dat het niet pijnlijk werd.

Die avond zaten we op het terras van het restaurant te eten, met Jan-Willem en Annette, Marjolein, de ouders van Olaf, Olaf zelf, de serveerster en de twee schoonmaaksters.

     Marjolein keek verveeld en praatte met een zeurderige stem. Dat leek me niet echt een leuk, vrolijk vriendinnetje. De ouders van Olaf deden nogal onderdanig tegen Jan-Willem en Annette; ze waren duidelijk dankbaar dat hun zoon verkering had met de dochter van de baas. Olaf zelf was niet erg spraakzaam.

     Na de tomatensoep zei Jan-Willem tegen de medewerkers dat hij en ik elkaar hadden gesproken over vitaminepreparaten. Ik vertelde mijn verhaal over het onderzoek dat ik inmiddels samen met mijn collega deed en ik legde enthousiast uit dat het bij vitaminen heel belangrijk is dat iedereen zijn eigen pillen krijgt.

     ‘Olaf, jij zit de hele dag in de zon, jij hebt geen vitamine D nodig. Mevrouw de kokkin, u werkt binnen en u zult over niet al te lange tijd in de overgang komen, of misschien bent u dat al wel, dus u hebt juist wel vitamine D nodig. Jan-Willem, jij rookt, dus jij moet meer vitamine C hebben. Hoeveel rook je eigenlijk?’

     ‘Nou, niet zo veel, hoor.’

     ‘Daar kan de dokter niks mee. De dokter wil altijd getallen hebben.’

     ‘Okay,’ lachte Jan-Willem. ‘Tien sigaretten per dag, dokter.’

     ‘Dan moet je zeker duizend milligram vitamine C hebben.’

     Het liep als een trein; iedereen stemde er graag mee in, het was tenslotte voor niks en ‘baat het niet, schaadt het niet’. ‘Zo is het,’ zei ik opgewekt. Ik zou voor alle medewerkers een eigen doosje brengen, met hun naam erop, met zeven vakjes, voor elke dag in de week. Elke week zou ik langskomen om alle doosjes te vullen en zij gingen iedere dag hun pillen slikken en eens per maand het vragenlijstje invullen.

     Ik was euforisch: deze slag was gewonnen.

Blijkbaar was iedereen op de hoogte van het noodlottige ongeval van mijn vriendin, want niemand roerde het onderwerp aan. Het ging vooral over het zwembad. Ik luisterde goed en keek aandachtig om me heen. Marjolein ging als eerste naar bed, toen gingen de serveerster en de schoonmaaksters naar huis en vervolgens gingen eerst Olafs ouders en daarna Jan-Willem en Annette slapen.

Olaf en ik bleven samen over. Hij had de hele avond de ene fles bier na de andere gedronken en begon langzamerhand een beetje moeizaam te praten. Ik gooide steeds het grootste deel van mijn whisky in een bloemperk als hij weer een nieuwe fles ging halen, want ik wilde helder blijven.

     Olaf zat achterover geleund op zijn stoel. Zijn rechterenkel lag op zijn linkerknie. Hij droeg een blauwe jeans die zijn imposante bobbel strak omsloot. Ik moest goed uitkijken dat ik mijn blik er niet te lang op liet rusten, want het zag er weergaloos uit.

     ‘Dat is een fantastische baan, die jij hebt, Olaf. Dat is de baan waar elke man van droomt.’

     Hij lachte stoer. ‘Ja, man! Ik heb hier vaak meisjes die willen leren duiken. Die moet ik natuurlijk helpen om de juiste houding aan te nemen. Tja… en eh… dan voel je natuurlijk wel eens wat, hè, of je nou wilt of niet…’ Hij gaf me een vette knipoog.

     ‘Echt waar, joh?’ Ik liet mijn stem dalen. ‘Hé, en wat voel je dan, zo per ongeluk, zeg ’ns eerlijk?’

     Hij boog zich naar me voorover en zei samenzweerderig: ‘Nou, ik moet natuurlijk hun kont weleens een beetje omhoog of omlaag duwen, omdat ze hun knieën niet goed buigen.’ Hij grijnsde breed en leunde weer tegen de rugleuning van zijn stoel. ‘Vanmiddag nog eentje, een Aziatisch grietje. Die heb ik eens goed geholpen… Man, wat voelde dat lekker stevig aan… En van die strakke, harde tietjes! Want ik moest ook haar bovenlichaam corrigeren. En van onderen helemaal glad geschoren volgens mij; ik zag tenminste geen enkel haartje naast dat kleine broekje. Géil, joh!’

     Hij schoof onrustig op zijn stoel heen en weer. Ik meende stellig dat ik de zwelling in zijn spijkerbroek wat geprononceerder zag worden.

     ‘Die met die rode bikini?’ vroeg ik. Ik had het zwembad de hele middag gadegeslagen, vanuit mijn werkkamer, vanaf het terras of van naast het bad, en ik had juist in de buurt gezeten toen Olaf het meisje hielp duiken en haar daarbij ‘voor de zekerheid’ goed en stevig vasthield, ‘zodat ze niet bang hoefde te zijn’.

     ‘Ja,’ zei hij enthousiast, ‘die! Geil ding, hè? Dat is nog eens wat anders dan jij in het ziekenhuis te zien krijgt, denk ik zo!’

     ‘Ja, gemiddeld mag je dat wel zeggen, zeker.’

     ‘Maar eh… komt er ook wel eens een strakke jonge meid bij je?’

     ‘Ja, dat gebeurt wel eens. Die hebben ook wel eens wat.’

     Er kwam een lodderige geilheid in zijn blik. ‘En kan jij dan gewoon zeggen: kleed jij je maar eens eventjes helemaal uit?’

     ‘Natuurlijk kan ik dat.’

     Olaf veerde overeind. ‘Hé, en als je daar zin in hebt, kan jij dan zo’n meid gewoon haar broekje laten uittrekken en haar… in d’r kut kijken?’

     Het gesprek nam nu een wending die ik ontzettend opwindend vond, maar ik moest voorzichtig zijn. Toch kon ik me niet beheersen… ‘Ja,’ zei ik zachtjes. ‘Ja, en ik moet daar natuurlijk dikwijls nader onderzoek doen, Olaf… Gróndig onderzoek… De juiste diagnose is het allerbelangrijkst…’

     Hij kneep zijn ogen dicht, leunde weer achterover en grijnsde langdurig. Zijn ene pols lag in zijn kruis en daarmee begon hij heel zachtjes, amper zichtbaar, over zijn lul heen en weer te wrijven.

Ik vond het verstandiger om het gesprek wat bij te sturen, uit de buurt van mijn consulten. ‘Dat meisje van vanmiddag vond het volgens mij echt lekker, hoor, en die Aziatische meisjes zijn heel gewillig.’

     ‘Ja man,’ zuchtte Olaf. ‘Ik had ook echt het idee dat ze best wat wou. Maar kut, ik kan dat niet maken.’

     ‘Ach, overal gebeurt toch wel eens wat?’

     ‘Nou,’ zei hij, ineens bedrukt, ‘dat mag zo zijn, maar ik ben in dienst van mijn aanstaande schoonvader, net als mijn beide ouders, en we wonen in een huurhuis van die schoonvader. Als ik Marjolein belazer en ze komen erachter, dan krijgen we dikke shit.’

     ‘Ik snap het. Maar is het zo belangrijk voor je? Heb je niet genoeg aan Marjolein? Ze ziet er goed uit.’

     ‘Ja, daarom ben ik er ook aan begonnen indertijd, omdat ze zo mooi is. Maar ze wil nooit meer, weet je, of bijna nooit meer, want ze is te moe, of ze heeft hoofdpijn, of het is niet goed voor haar huid. We doen het hartstikke weinig.’

     Ik lachte verontschuldigend. ‘Hoe weinig is weinig? De dokter wil altijd getallen hebben.’

     Hij glimlachte kort. ‘Eens in de week, op vrijdag. En dan ook nog “heel eventjes”.’

     ‘Ah, juist. En eh… hoe lang is “heel eventjes”?’

     ‘Nou, volgens mij nog geen vijf minuten. Dan moet ik zorgen dat ik klaar ben gekomen, of anders moet ik daarna mezelf aftrekken. Want dan ‘gaat het pijn doen’. Daarom mag ik ook alleen maar… zachtjes neuken, omdat het anders pijn doet.’

Mijn hart bonsde in mijn keel. Olaf kwam tekort… Olaf kwam héél veel tekort… Godallemachtig, wat een buitenkans.

     ‘Zachtjes neuken, Olaf?’ vroeg ik langzaam. ‘Zei je: záchtjes neuken?’

     ‘Ja, man.’ Hij keek naar de grond. Van zijn bravoure was weinig meer over.

     ‘Zachtjes neuken,’ zei ik met doffe stem. ‘Dat is net zoiets als alcoholvrij bier… Of vijftig rijden in een Ferrari…’

     ‘Shit, man, zo is het,’ mompelde hij.

     ‘Hé, maar waarom zouden ze erachter moeten komen, als jij eens… ‘iets anders’ zou doen?’

     ‘Ach, hier in het dorp weet iedereen alles. Die meiden hier bij het bad kennen elkaar allemaal. Ik ben een keer naar de hoerenbuurt geweest, in de stad, maar toen kwam ik binnen tien minuten al een kerel uit het dorp tegen; ik wist niet hoe snel ik me uit de voeten moest maken. Ik kan me niets veroorloven; ik zit af en toe aan een meisje dat wil leren duiken en ik ruk me vaak af, op mijn kamer of in de technische ruimte onder het zwembad, dat is het. Toen ik verkering kreeg met Marjolein, drie jaar geleden, omdat ik geil op haar was, toen zei Jan-Willem tegen me: “Alleen als je serieus bent, want ik heb geen zin om straks te moeten leuren met een afgelikte boterham omdat jij zo nodig je kwakje kwijt moet. Seks vóór het huwelijk, vooruit dan maar, maar seks zónder huwelijk: no way.”’

     En Olaf was geil geweest en Marjolein had heel beschikbaar geleken, wonend op hetzelfde terrein, dus hij had gezegd dat het serieus was. Maar al na een jaar had Marjolein geen zin meer, en nou zat hij eraan vast; ze zouden volgend voorjaar gaan trouwen. En alles wat hij kreeg was: eens in de week vijf minuten zachtjes neuken.

Ik was zo opgewonden als een veer. Dit was zijn zwakke plek. Mij op een presenteerblaadje aangeboden. Ik moest nu maar even niks meer doen. Hier even rustig over nadenken. ‘Klote, zeg,’ zei ik. ‘Zeker als je de hele dag zulke lekkere meiden om je heen hebt. Heb je die ene gezien, met die gele bikini en dat lange, donkere haar?’ Nou, die herinnerde Olaf zich nog terdege en dat verbaasde me niets, want hij had voortdurend naar haar kont zitten kijken. ‘Met die mooie, ronde billen, die voor meer dan de helft uit dat kleine broekje hingen?’

     ‘Nou, man,’ zuchtte Olaf. ‘Wat was die geil!’ Hij liep weer naar binnen om te pissen.

     Ik keek over mijn schouder om te checken of hij inderdaad binnen was, pakte zijn nog bijna volle bierfles, stopte de hals in mijn mond en likte er gulzig aan. Hier hadden zijn heterojongenslippen de fles vastgehad. Ik zoog stevig op de hals van de bierfles. Toen liet ik een slok bier in mijn mond lopen, stuwde de schuimende vloeistof heen en weer tussen mijn tanden en liet het bier teruglopen in de fles, die ik daarna weer op tafel zette.

Olaf kwam terug. Ik zag dat hij vergeten was zijn gulp dicht te ritsen. Hij ging weer zitten en doordat zijn broek nu openstond, puilde de inhoud van zijn kruis een beetje naar buiten. Er spande een witte onderbroek over de bolling van zijn lul die een stukje tussen de beide helften van zijn gulp door piepte.

     Hij zette de fles aan zijn mond. Het feit dat hij nu de flessenhals tussen zijn lippen had die ik net had afgezogen en dat hij bier dronk dat ik al in mijn mond heen en weer had gestuwd, plus de blik op die stulping van zijn lul in zijn witte onderbroek, die hij binnenkort geheel vrijwillig voor mij zou gaan laten zakken, dat alles zorgde ervoor dat mijn eigen pik klopte van stijfheid.

     Ik zou hem krijgen, deze arrogante hetero, die bij het zwembad de stoere bink uithing en meisjes bepotelde en jonge, onzekere homootjes voor schut zette, maar die zich ondertussen door zijn vriendinnetje liet wegsturen met zijn stijve piemel, om zichzelf te gaan aftrekken in het stookhok. Oooh, ik zou hem krijgen…

Thuis liep ik nog urenlang te ijsberen. Langzaam ontstond er een plan dat krankzinnig was, maar ook ontzettend opwindend. Het klonk heel onwaarschijnlijk, maar het was tegelijkertijd overweldigend logisch, en ik kon eigenlijk geen enkele reden bedenken waarom het niet zou lukken. Het was welbeschouwd waterdicht. Het was een boel werk, maar het bood de unieke kans om deze botte macho volkomen in mijn macht te krijgen. En via deze Olaf zou ik al die schofterige maar bloedgeile heterojongens van vroeger hun getreiter betaald kunnen zetten… en zelfs meer dan dat… aanzienlijk meer, mocht ik wel zeggen. Alles in één koop…

Olaf moest worden verleid om vreemd te gaan. Dat kon niet al te moeilijk zijn, want de knul stond continu op springen. Er moest alleen een aantrekkelijke en vooral veilige gelegenheid worden gecreëerd.

     En kort daarna zou hij… ziek worden. Jazeker, een lelijke kwaal, die hij had opgelopen van die vrijpartij. En helemaal niemand mocht daarvan weten, want anders vloog het hele gezin de laan uit.

     Dus kwam hij vanzelf terecht bij dokter Ferdinand, die onderzoek zou gaan doen. Uitgebreid onderzoek… En daarna, daarna kon die knappe dokter Ferdinand Olaf nog genezen ook, want op zekere dag ging er gewoon weer suiker in de vitaminecapsules en dan was Olaf als bij toverslag weer beter. Maar de behandeling zélf… ja, die had heel wat voeten in de aarde…

Einde fragment.

Meer lezen?
Je kunt het boek hier kopen.