Pure liefde (vervolg)

Vervolg ‘Pure liefde’

– 3 –

De meeste medewerkers bij de auto-importeur waren wat oudere mannen, veelal kalend, met een buik en een opgezet gezicht; slechts hier en daar liep een jonge vent rond, als assistent-zus of junior-zo. Er werkten amper vrouwen, alleen twee secretaresses en een telefoniste. Over het geheel genomen een grijze boel, in elk opzicht. Maar op enig moment verscheen er uit het niets een plaatsvervangend hoofd marketing ten tonele, ene Ralf van Doorn. Ralf was een over het paard getilde nitwit van drieëntwintig, net van de heao, met ontzettend veel praatjes en een steenrijke pa die bevriend was met de algemeen directeur van het autobedrijf.

     Ralf was lang en blond, hij had grote blauwe ogen en hij was gek op sport. Hij droeg dure maatpakken en reed in een fonkelnieuwe, knalgele cabriolet. Hij had de ballen verstand van reclame maar vond dat zelf geen enkel probleem. Hij las geen stukken en voerde geen reet uit, maar hij zat de hele dag luidruchtig te bellen. Hij moest ‘relaties onderhouden’, zoals hij dat noemde.

     Hij nam de zogenoemde ‘fleet-owners’ – dat waren de inkopers van leasebedrijven, die ieder jaar grote aantallen auto’s kochten – mee naar belangrijke voetbalwedstrijden en naar autoraces, en, naar men fluisterde, ook naar chique bordelen. En dat bleek effectief te zijn, want de bestellingen van de leasebedrijven stroomden binnen. Daardoor lag hij natuurlijk erg goed bij de directie en kreeg hij alsmaar meer bevoegdheden.

     Zijn collega’s moesten het met lede ogen aanzien. Sommigen kwamen in verzet. Maar Ralf was geslepen; er kwamen steevast nare roddels in omloop over mensen die kritiek op hem hadden. En Ralf had alle tijd om directieleden mee uit lunchen te nemen naar dure restaurants. Hij kreeg met zijn geslijm altijd alles voor elkaar ‘boven’ – zoals de directie-etage werd genoemd – zodat na verloop van tijd de medewerkers van de importeur wijselijk hun mond hielden.

Ralf had snel door op welke manier de marketingafdeling met de reclamebureaus samenwerkte en hij was binnen de kortste keren het ergst van allemaal. Als op vrijdagmiddag om half zes de telefoon ging, als de ene helft van ons team al naar huis was en de andere helft in de inpandige bar zat of daar snel naartoe wilde, dan kon je er donder op zeggen dat het Ralf was. Bijvoorbeeld met een opdracht voor een dagbladadvertentie, die op maandagmorgen klaar moest zijn. Dan kwam ie dezelfde avond nog een briefing geven op het bureau, onder het genot van grote hoeveelheden whisky en sushi’s. Vervolgens werkten wij het hele weekend door aan die advertentie en op maandagmorgen presteerde Ralf het om een mailtje te sturen: hij had er op het strand nog eens over nagedacht en hij wilde toch liever een radiocommercial. Dat soort dingen. Natuurlijk werd er dan een gepeperde rekening gestuurd en na enig bakkeleien werd die ook wel voldaan, maar zoals Sjoerd zei: ‘De vis wordt duur betaald’: steeds meer collega’s vertrokken omdat ze het spuugzat waren, of ze meldden zich ziek.               Steeds meer werk kwam neer op Sjoerd, en daarmee op mij natuurlijk. Want ik liet hem niet in de steek.

     Het werd bijna onmogelijk om de creatieven van het bureau nog te motiveren een goede campagne te maken voor onze klant, omdat het uitsluitend een kwestie van politiek en willekeur was of een campagne werd goedgekeurd of in de prullenbak belandde, of door mallotige aanpassingen werd geruïneerd.

Ralfs ster rees echter snel. In meetings zwamde hij er onbekommerd op los, met ‘de piramide van Pavlov’ als tragisch dieptepunt, maar blijkbaar kwam hij overal mee weg. Hij was niet alleen dom, maar ook slecht. Hij was in staat om tijdens een vergadering die ik notuleerde met een stalen gezicht volstrekt het tegenovergestelde te beweren van wat hij de week ervoor had gezegd; als ik dan vragend naar Sjoerd keek, omdat ik immers vorige week iets heel anders had genotuleerd, dan knikte die nauwelijks zichtbaar naar me, ten teken dat hij het ook wist, maar dat het kennelijk beter was om niks te zeggen. Het was vroeger ook wel gebeurd dat Sjoerd en ik tot diep in de nacht op het bureau zaten om een presentatie te maken voor de volgende ochtend – en bij andere klanten kwam dat ook wel voor, zij het niet zo vaak als bij de auto-importeur – maar Ralf bestond het om de presentatie dan de volgende morgen om negen uur glashard te annuleren. ‘Er is een memo van het hoofdkantoor gekomen,’ heette het dan, ‘en reclame heeft even geen prioriteit.’ Met zo’n vals lachje in zijn stem. Alles voor niets! Er ging wel weer een torenhoge factuur op de post, maar desalniettemin was ik woedend, zeker als ik het afgetobde gezicht van Sjoerd zag. Hij was afgevallen en hij zag witjes; de afgelopen maanden hadden hun tol geëist.

     ‘Hoe lang houden we dit nog vol?’ vroeg ik eens.

     ‘Tot het niet meer gaat,’ zei hij vastberaden. ‘Weglopen kan altijd nog.’

     Oef, wat schrok ik daarvan! Ik had er nooit bij stilgestaan dat ook Sjoerd wel eens zou kunnen vertrekken. Ik moest er werkelijk niet aan denken om niet meer voor hem te werken. ‘Sjoerd,’ zei ik zacht, ‘ben jij aan het solliciteren?’

     ‘Nee, Thijs. Jij?’

     Ik schudde resoluut mijn hoofd. ‘Nee. Ik blijf bij je.’

     Toen legde hij zijn grote, sterke hand op mijn schouder en kneep er zacht in. ‘Dank je wel, Thijs.’ Ik voelde mezelf helemaal warm worden.

De directie van het reclamebureau had alleen oog voor de winstcijfers van onze afdeling, die verbluffend waren. Als er weer een opdracht binnenkwam voor het organiseren van een grote, kostbare actie, dan knalden de champagnekurken en glommen de directieleden van tevredenheid. Alleen Sjoerd en ik realiseerden ons met welke drama’s dit nieuwe project weer gepaard zou gaan.

     Maar de rek ging eruit. Toen Ralf er een maand of vier zat, werd Sjoerd kortaangebonden. We hadden nooit meer tijd voor een vertrouwelijk gesprek. Toen Sjoerd op het werk had verteld dat Linda weer in verwachting was, hadden we zelfs geen tijd om het gebak op te eten dat ik had gekocht; zo verbeten werd er gewerkt. Aan het eind van de dag zette ik het in de koelkast en twee dagen later gooide ik het maar in de vuilnisbak.

     Ik voelde dat het mis zou gaan. Uiteindelijk zou Sjoerd gaan solliciteren of ziek worden; het was allebei even verschrikkelijk. Er móest iets gebeuren. Maar wat?

Op een vrijdagavond zag ik in de McFuck een lange, blonde jongen de ruimte met de cabines binnenlopen. In het schaarse licht was het net Ralf. Zou het hem echt zijn? Ik voelde de opwinding door mijn lijf gieren en dacht: stel je toch voor dat ik die hier zou tegenkomen! Dat zou blijken dat hij niet alleen homo is, maar dat hij ook nog eens zijn snikkel door een gat steekt om zich af te laten zuigen of om te neuken, of zelfs dat hij zijn mond of zijn reet voor het gat houdt om er een lul in te krijgen… Ik kon zulke dingen bij het reclamebureau wel vertellen – althans, aan de mensen die ik wat beter kende – maar Ralfs collega’s, die zouden van hun stoel donderen. Ik durfde te wedden dat Ralf er veel voor over zou hebben om me mijn mond te laten houden. Misschien… misschien zou ik hem er zelfs mee kunnen dwingen om te stoppen met het tiranniseren van ons bureau… Maar toen ik op de jongen afliep en hem beter bekeek, zag ik dat het iemand anders was. Shit…

Op weg naar huis moest ik wachten bij een drukke kruising. Bij het stoplicht stond een stel dames luid te kakelen. Ik ving een flard tekst op: ‘…dus zeg ik tegen ’m: als jij wil dat er wat gebeurt, dan moet jij je pillen slikken! Want zonder je pillen gebeurt er helemaal niks, zeg ik tegen ’m!’

     De auto’s kwamen tot stilstand. Ik wachtte niet op het groene licht, maar ging meteen op mijn trappers staan en maakte vaart. Een heel eind verderop sloeg de opmerking van de vrouw ineens bij me in. Als een bom. ‘Zonder je pillen gebeurt er helemaal niks…’ Ik zat verstard op mijn fiets en pas toen ik bijna omviel, kwam ik op de gedachte om weer te gaan trappen.

     Dat was het. Ik zou Ralf een van de pillen kunnen geven die ik van Michiel had gekregen. Tien tegen een dat dat ding niks deed, natuurlijk, maar toch… je wist het maar nooit. Stel je voor dat ie wél zou werken! Al was het maar een klein beetje. Dan kon ik er altijd nog eentje bij doen. Ik moest er een overhouden om door te geven, dat was de afspraak, dus ik kon er rustig twee gebruiken. En hoe klein de kans ook was: het zou me toch maar gebeuren dat Ralf werkelijk… verliefd op mij zou worden… zodat ik het met hem kon doen… en hem daarmee in de tang kon krijgen.

     Hoe erg zou ik het eigenlijk vinden om het met Ralf te moeten doen? Hm. Ik vond het een klootzak en ik had een pesthekel aan die gluiperige blauwe ogen van ’m, maar hij had een geil lijf, eerlijk was eerlijk. Hij was lang, slank en gespierd. Zijn dure pakken zaten als gegoten en ik had vaak genoeg naar zijn ronde billen en naar zijn stevige schouders zitten kijken. Nee, als de plicht riep, dacht ik grimmig, dan zou ik mijn mannetje staan. Ik kon het toch proberen? Baatte het niet, schaden zou het ook niet. En ik had toch geen andere bestemming voor die pillen. Moest ik niet gewoon de gok wagen?

De volgende ochtend nam ik het doosje met de drie pillen mee naar mijn werk. Ik stopte het in de la van mijn bureau, zodat ik het bij de hand zou hebben wanneer de gelegenheid zich voordeed.

– 4 –

Ruim een week daarna, op een dinsdag, belde Ralf. Het was half vijf ’s middags. Hij stond in een kroeg; op de achtergrond hoorde ik geroezemoes, muziek en het gerinkel van glazen. Hij zei dat de directie de volgende ochtend een presentatie verwachtte van de reclame-activiteiten van de concurrentie in de afgelopen twee jaar. Daar gingen we weer.

     Sjoerd en ik keken elkaar aan. Sjoerd was de hele dag al niet lekker geweest. Had zich een beetje rillerig gevoeld en last gehad van zijn keel. ‘Trek je het nog, Thijs?’ vroeg hij.

     ‘Jawel…’

     ‘Goed. Ga jij het materiaal verzamelen, dan ga ik de analyse schrijven.’

     ‘En jijzelf? Hoe is het met jou?’ Sjoerd knikte kort.

We waren weer als enigen aan het werk in het doodstille kantoorpand. Ik zat op Sjoerds kamer op de grond en sorteerde de uitgeknipte advertenties van de concurrenten van onze klant, terwijl Sjoerd achter zijn bureau tabellen bestudeerde met de bedragen die zij aan reclame hadden uitgegeven. We hadden ons niet eens de tijd gegund om een pizza te bestellen. Sjoerd had een paar zakken chips uit de bar gehaald, en een fles wijn.

     Ik hoorde hem iets zeggen over hoestpastilles in mijn la, die ik net zo goed kon weggooien omdat ze nergens meer naar smaakten, maar ik was bekaf en een beetje aangeschoten door de wijn en het drong niet tot me door.

Er bleken nog een paar extra grafieken te moeten worden gemaakt. Op zich een klusje van niks, maar omdat ik zo moe was, maakte ik voortdurend fouten die ik dan weer moest corrigeren en zo vorderde het werk moeizaam. Ik had te lang voorovergebogen naar mijn beeldscherm zitten turen; ik voelde dat mijn nek en schouders helemaal vastzaten. Mijn ogen deden pijn. Ik wreef met mijn handen over mijn gezicht. ‘Gaat het nog?’ Sjoerd stond achter me.

     ‘Nou, ik mag hopen dat we er zijn, Sjoerd, want ik hou het niet lang meer vol.’

     ‘Maak maar printjes, Thijs. Dit waren de laatste aanvullingen.’ Ik hoorde dat zijn stem helemaal kraakte. Tjonge, hij had het flink te pakken! Ik maakte de printopdracht en klikte op ‘OK’. Daarna leunde ik achterover in mijn bureaustoel en rekte me uit.

Toen ik mijn armen weer liet zakken, voelde ik opeens Sjoerds handen op mijn schouders. Hij begon ze zachtjes te masseren. Wow, dat had hij nog nooit gedaan! Behaaglijk duwde ik mijn schouders tegen zijn handen aan. ‘Lekker?’ vroeg hij.

     ‘Jaaa…’

     Zijn sterke duimen draaiden rondjes aan de achterkant van mijn schouders, terwijl zijn vingers de voorkant kneedden. Zijn handen gleden wat meer naar het midden en masseerden de spieren die van mijn schouders naar mijn nek liepen. Toen was mijn nek zelf aan de beurt. O, wat was dat heerlijk! ‘Ook lekker?’

     ‘Héél lekker, Sjoerd…’ Ik voelde dat mijn pik begon te knellen in mijn broek. O jé… Was dat wel in de haak? Om ‘op die manier’ te genieten van een zorgzame massage van mijn heterobaas? Ach… wat niet weet, wat niet deert, toch? Mijn lul was nog niet zo stijf dat het zichtbaar was. Bovendien: ik kon er toch niks aan doen? Het was een onbewuste lichamelijke reactie. Toen voelde ik zijn handen aan weerszijden van mijn hals naar voren glijden. Ik leunde nog verder achterover. Maar… wat kregen we nu? Sjoerds rechterhand gleed mijn overhemd in en begon zowaar zacht in mijn ene tepel te knijpen! Hè?! Ik liet verschrikt mijn hoofd in mijn nek vallen en zag Sjoerds gezicht recht boven me, van heel dichtbij. Hij staarde naar me met grote, verwonderde ogen en zijn mond stond een beetje open. En… hoorde ik het goed? Ademde hij zwaarder dan anders? ‘Sjoerd…?’

     ‘Ook lekker?’ vroeg hij hees.

     ‘Ja… maar ik… ik had niet verwacht…’ Zijn vingers gingen door en ik voelde mijn tepel opzwellen. Ook mijn lul werd nu keihard.

     ‘Ik ook niet, Thijs, ik ook niet. Ik weet niet wat er met me is, maar ik zag je zitten in die stoel en ik móest je aanraken, ik kon het niet laten… Het was sterker dan ik.’

Godallemachtig… Ik voelde de grond onder me wegzinken. De pil… Had Sjoerd een van de pillen geslikt? Maar hoe kon hij… Die lagen toch veilig opgeborgen in mijn la? Kut, dát was het! De Fisherman’s Friend die hij uit mijn la had gepakt en die ‘nergens meer naar smaakte’! Dat moest het zijn! Hij had zo’n pil opgegeten! Ik voelde mijn gezicht vuurrood worden; mijn hoofd klopte en bonsde. Téring, wat had ik gedaan…

     ‘Jezus, Thijs, wat ben je mooi als je bloost…’ fluisterde Sjoerd. Hij begon nu mijn beide tepels te masseren. Ik trilde als een riet. ‘Hé, rustig maar, jongen! Er gebeurt niks wat jij niet wilt. Thijs toch, je bent zo schuchter als een jong meisje…’ Prompt voer er een siddering door mijn lijf. ‘Joh! Dit was wel het laatste wat ik had verwacht, na al die verhalen van jou over die darkrooms…’

     Wat moest ik nou? Moest ik het vertellen? Ja, vanzelfsprekend moest ik dat… En dan? Zou hij het geloven? Never. Tuurlijk niet. Het klonk toch ook te zot voor woorden: een pilletje uit de tijd van de farao’s, cadeau gekregen van een junk… Nee, het had geen enkele zin om het te vertellen.

     Sjoerd was inmiddels begonnen mijn overhemd open te knopen. Grote god. Moest ik me losrukken en wegrennen? En dan? Wat zou hij dan denken? Dat ik hem afwees en beledigd was. Hij zou zich doodschamen… Ik wierp een blik op de klok. Half elf. Anderhalf uur…

     Sjoerd zakte door zijn knieën en zijn grote neus streelde mijn oor. ‘O, Sjoerd!’ hijgde ik. ‘Weet je wel zeker… dat je dit… echt wilt?’

     Hij legde een grote, sterke vinger op mijn mond. ‘Ssst! Je hoeft alleen maar te zeggen of je het lekker vindt.’ Onder mijn overhemd daalde zijn andere hand af, op weg naar mijn buik… ‘En? Lekker?’

     ‘O ja, Sjoerd. Ja!’

Einde fragment.

Meer lezen?
Je kunt het boek hier kopen.