Home PageDe avonturen van scheepsmaat joost

De avonturen van scheepsmaat Joost

– 1 –

‘Hé, Marghje… Kom dan, geil ding!’ kreunde Adriaan. Hij lag rusteloos te draaien in zijn bed en had inmiddels het laken van zijn bovenlichaam af gewoeld. Joost lag naast zijn oudere broer in de benauwde alkoof en gluurde naar hem, tussen zijn oogharen door.

Adriaan lag op zijn rug. Zijn ene hand lag onder zijn hoofd, met de andere klauwde hij in zijn borstspieren. Joost zag hoe de hand langzaam van Adriaans borst omlaag gleed, over de platte buik, nóg lager, het laken al verder naar beneden schuivend… ‘Jaaa, kom maar, lekker wijfie!’ gromde hij schor. ‘Voel maar ’ns wat ik voor je heb…’ Het bloed stroomde naar Joosts lendenen terwijl hij lag te kijken. O, wat was dit spannend!

 

Hij had Adriaans geslacht natuurlijk al dikwijls gezien, maar nog nooit wanneer zijn broer opgewonden was. Weliswaar was het lid de ene keer wat meer gezwollen dan de andere keer, vooral bij warm en vochtig weer – Joost wist dat precies, want hij keek er eigenlijk altijd wel even naar, als Adriaan zich omkleedde of waste – maar hard was het nooit geweest. Zelfs niet halfhard.

De jongen sloeg het geslachtsdeel van zijn broer steevast gade met een mengsel van bewondering en afgunst: hij vond het prachtig, omdat het zo groot was en zo dik, maar aan de andere kant stak zijn eigen lid er wel schraal bij af. Dat was zo veel kleiner! Als het stijf was, was het nog altijd dunner dan dat van zijn broer in slappe toestand, en amper langer.

Dat was niet zó verbazend, want Adriaan was al negentien en Joost pas vijftien, en hun hele lichaamsbouw was anders. Adriaan was van gemiddelde lengte maar breed in de schouders, hij was sterk en gespierd; Joost daarentegen was klein voor zijn leeftijd en daarbij nog eens rank van gestalte.

 

De hand gleed over het laken. Adriaan trok het strak over zijn geslacht. Here God… Hij was… hartstikke stijf! En Adriaan had geen onderbroek aan, dat kon Joost duidelijk zien, door het dunne laken heen.

Adriaan greep de basis van zijn lid stevig beet. Joosts mond viel open. Hij had heus wel verwacht dat zijn broers geslacht in opgerichte toestand fikse afmetingen zou hebben, maar wat hij nu zag, overtrof zijn stoutste dromen: Adriaans hand, die toch bepaald niet klein te noemen was, bedekte nog niet de helft van de enorme lans en zijn duim en zijn middelvinger raakten elkaar niet, door de dikte die zij hadden te omvatten.

‘Kom op, Marghje, kom maar hier met je kleine handje!’

 

Marghje was de dochter van een touwslager, een vrolijke meid met een bos wilde krullen. Adriaan was een paar keer met haar uitgegaan. Maar zoiets duurde bij hem nooit lang. Hij was gezien bij de meisjes, omdat hij zo’n knappe, stoere zeeman was, maar omdat hij aan de wal onveranderlijk te veel dronk en dan in het openbaar grof en handtastelijk werd, hadden ze het altijd snel bekeken. Ook Marghje had hem de bons gegeven, op deze zelfde avond, na een scheldpartij in het trappenhuis die Joost vanuit de krappe bovenwoning woordelijk had kunnen verstaan. Daarop was Adriaan zich gaan bezatten. Hij was laat thuisgekomen en laveloos naast zijn jongere broer in bed geploft. Hij had zo’n leven gemaakt, dat Joost er wakker van was geworden en een kaars had aangestoken. Adriaan was subiet in slaap gevallen, had even liggen snurken, maar was vervolgens onrustig gaan bewegen, in staat van hevige opwinding.

 

‘Ja ja…’ bromde Adriaan, terwijl hij zijn hand over zijn geslacht op en neer deed gaan. Hij liet zijn lid los en gleed met zijn hand ónder het laken, waarna hij het opnieuw vastgreep. Hij duwde het gevaarte recht overeind en wreef de dikke, ronde eikel tegen de onderkant van het laken heen en weer. ‘Pak ’m maar beet, Marghje!’ Er verschenen natte plekken in het beddengoed.

 

Lees meer